(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)
Pinksterbloem (Cardamine pratensis) is een plantensoort uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
Beschrijving
Pinksterbloem is vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken tot 50 cm. De plant heeft een bladrozet. De stengel is hol en rond. De bladeren zijn samengesteld. De deelblaadjes van de bladrozet zijn kort en breed en vaak bochtig getand. De stengelbladeren zijn smal en lang. De vrucht is een hauw. Deze zijn bij pinksterbloem smal en maximaal 5,5 cm lang. Voorheen werd moeraspinksterbloem als ondersoort palustris beschouwd. Deze heeft dikkere stengels en de stengelbladen hebben gesteelde blaadjes, die makkelijk afbreken en daarna wortels vormen. Tussen beide vormen bestaat echter een range van overgangsvormen, en vermoedelijk is de variatie niet genetisch bepaald maar door de standplaats.
De bloemen zijn tweeslachtig. Er zijn zes meeldraden en een stamper met een korte stijl. De meeldraden hebben gele helmknoppen en staan in drie paren, waarvan twee met lange meeldraden, van 5–10 mm, en een met korte van 3–6 mm. Het vruchtbeginsel bestaat uit twee gefuseerde vruchtbladen, is bovenstandig en bevat twintig tot dertig zaadknoppen. De bloemen groeien in een tros. De kelkbladen zijn onderaan met elkaar vergroeid, de kroonbladen niet. De kroonbladen zijn maximaal 1,8 cm lang en hebben een lila tot roze kleur met paarse aders, ze zijn zelden wit.
Naam
Het hoogtepunt van de bloei valt meestal omstreeks eind april, dus anders dan de naam doet vermoeden ruim vóór Pinksteren. In oudere publicaties wordt echter van een overvloedige bloei in mei gerept, en de moerasvorm bloeit gemiddeld twee weken later, dus ook in mei. Een mogelijke alternatieve verklaring voor de naam is dat de plant bloeit als de pinken (jonge koeien) voor het eerst de weide in gaan.
In Friesland wordt fluitenkruid, dat wel rond Pinksteren bloeit, ook weleens pinksterbloem of pinksterblom genoemd.
Ecologie
Pinksterbloem komt voor in graslanden, bossen en in moeras. In een omgeving die heel nat is, heeft ze zich op een bijzondere manier aan dit milieu aangepast. De deelblaadjes zijn dan kortgesteeld en beginnen al, terwijl ze nog aan de plant zitten, worteltjes te vormen. Wanneer ze van de plant afvallen, kunnen ze uitgroeien tot nieuwe planten. Het zaad komt in een dergelijk permanent nat milieu slecht tot ontkieming en op deze wijze kan de soort zich toch nog voortplanten.
In Nederland en België is de soort zeer algemeen, ze komt nog steeds overal voor. Toch is ze sterk achteruitgegaan. Vroeger kleurde ze vele weilanden paars op het hoogtepunt van haar bloei. Tegenwoordig is ze door de intensivering van de landbouw meestal beperkt tot de slootkanten. Ook komt de plant voor in gazons, waar ze door het intensieve maaibeheer niet tot bloei komt. Wanneer de eerste maaibeurten achterwege blijven, blijkt door de uitbundige bloei van pinksterbloemen hoeveel de soort erin voorkomt.
Pinksterbloem wordt ook wel "schuimkruid" genoemd (wat overeenkomt met de Duitse naam "Wiesen-Schaumkraut"), vanwege de voorkeur van het schuimbeestje voor deze plant. Het schuimbeestje is een cicade waarvan de nimf, de larve leeft in een schuimnest dat doet denken aan speeksel.
Syntaxonomie
In de syntaxonomie staat pinksterbloem binnen de graslanden te boek als kensoort voor de klasse van matig voedselrijke graslanden (Molinio-Arrhenatheretea). Toch wordt zij relatief ook veel in weilandvegetatie van het zilverschoon-verbond aangetroffen. Binnen de bossen geldt zij als kensoort voor het ondervond Circaeo-Alnenion van het verbond van els en gewone vogelkers.
Verspreiding
Het verspreidingsgebied van pinksterbloem strekt zich uit over de koude en gematigde streken van het noordelijk halfrond. In Nederland en België is de soort inheems en algemeen.
Folklore
In een vrijwel uitgestorven folkloristisch voorjaarsfeest werd rond Pinksteren uit de jonge meisjes van het dorp een "Pinksterblom", of Pinksterbruid gekozen, die daarna met bloemen en sieraden opgesmukt zingend en bedelend door het dorp trok.
Vermeende geneeskrachtige werking
Pinksterbloem werd vroeger gebruikt tegen voorjaarsmoeheid vanwege het hoge gehalte aan vitamine C. Om dezelfde reden werd ze gegeten bij scheurbuik.
Literatuur
- Meijden, R. van der (1996). Heukels' Flora van Nederland, 22ste druk Groningen
- Weeda, E. (1987). Nederlandse Oecologische Flora deel 2: 25–27
- Hüsstege, G. (1976). Zakflora voor Bos en Heide, Helmond, ISBN 9025265650
- Schauer, T. & Caspari, C. (2005). Nieuwe plantengids voor onderweg, München, ISBN 9789052106717
Externe links
- Pinksterbloem op Ecopedia
- Pinksterbloem op Flora van Nederland
- Pinksterbloem in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
- België
- Nederland
- wereldwijd
- Pinksterbloem (Cardamine pratensis) in: van Uildriks, F. & V. Bruinsma (1898) - Plantenschat; op de (Nederlandstalige) Wikisource.
(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)