(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)
Steeneik (Quercus ilex) is een plantensoort uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae).
Determinatie
Steeneik is een groenblijvende plant die uitgroeit tot struik of boom. Haar maximale hoogte is ± 30 m, maar meestal blijft ze veel kleiner. De plant vormt een dichte, brede, koepelvormige kroon. Doorgaans zijn de takken opgaand. De jonge stammen en takken, die een diameter tot ± 15 cm bereiken, hebben een grijze en ietwat glanzende, gladde schors. Naarmate de plant groeit of de takken dikker worden, komen er geleidelijk scheuren in de schors die dan minder glanst en donkerder is, bruinachtig zwart tot zwart. De schors van volwassen bomen is tot vierkante platen gebarsten. Het hout heeft anders dan bij zomer- en wintereik geen duidelijk zichtbare groeiringen; er is een goede loupe of stereomicroscoop nodig om deze te zien. Steeneik heeft slanke, dof grijsachtig bruine twijgen die zijn voorzien van wollige haartjes. Op de twijgen zitten kleine, geelbruine knoppen. De eindknop heeft ongekrulde borsteltjes.
De bladeren variëren in vorm van lang en smal tot eirond. Ze zijn dik, leerachtig en lijken wel wat op bladeren van hulst (Ilex aquifolium). De bladeren aan de jonge loten hebben een getande rand als bescherming tegen vraat; naarmate de twijg ouder wordt worden de bladranden meer gegolfd, en uiteindelijk glad. De bovenzijde van het blad is ruw en glanzend groen. De onderzijde is grijsachtig groen. De bladsteel is wollig behaard en 1–2 cm lang. De katjes zijn bleek goudgeel en hebben een lengte van 4–7 cm. Steeneik vormt lichtgroene eikels met een lengte van 1,5–2 cm. Zij zitten in diepe napjes met viltige schubben.
Verspreiding
Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van steeneik strekt zich uit over het Middellandse Zeegebied. Thans kent de verspreiding uitstralingen tot aan de kust van de Golf van Biskaje en Bretagne. Op sommige plaatsen in Zuid-Engeland is de soort verwilderd. Soms uit eikels die als wintervoorraad zijn begraven door gaaien, maar niet terug opgegraven.
Toepassing
Steeneik wordt veel aangeplant als sierplant en in schermbosschages, vooral in kuststreken. De soort is bestand tegen zeesproei en stedelijke luchtvervuiling. In Nederland en Vlaanderen is ze matig winterhard.
Hout
Steeneik levert zeer hard, zwaar hout, in kleine afmetingen, dat azijnhout genoemd wordt, waarschijnlijk afgeleid van azinheira, de naam van de boom in het Portugees. Het leent zich voor het maken van onderdelen die zwaar belast worden, zoals in de wagenmakerij en in windmolens voor de kammen van de wielen. Het wordt ook als brandhout gewaardeerd. Door de vaste structuur laat steeneik zich goed draaien op de houtdraaibank, hoewel gezien de hardheid een metaaldraaibank geschikter kan zijn. Bij oudere bomen vormt zich soms zeer donker bruin kernhout dat niet lijkt op het hout van de meeste andere soorten eiken. Het donkere kernhout kan een diameter van 20 à 30 cm bereiken, de diameter van de stam is dan 50 à 60 cm.
De bast wordt gebruikt voor het looien van huiden.
Eikels
De eikels van steeneik zijn, wanneer ze zijn geroosterd, eetbaar. Verder worden ze in Spanje en Portugal gebruikt als voer voor het Iberische varken, dat naar zeggen zijn smaak ontleent aan de eikels waarmee het wordt gevoerd.
Fotogalerij
Externe links
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
- België
- Nederland
- wereldwijd
- Houtvademecum over azijnhout
(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)