(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)
De haagbeuk (Carpinus betulus), steenbeuk, wielboom, helzenteer, hesselteer of jukbeuk is een 15-25 meter hoge boom uit de berkenfamilie (Betulaceae).
Kenmerken
De haagbeuk is eenhuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen komen op één plant voor. De boom bloeit in april en mei. Het stuifmeel wordt door de wind verspreid.
Het omhulsel van de vrucht is drie-slippig, waarbij de middelste slip duidelijk langer is dan de beide andere. De vrucht bevat een groen tot bruin zaad van 65 mg.
De kale takken zijn grijsachtig. De bladeren staan hieraan verspreid.
De gesteelde, elliptische of eironde bladeren zijn veernervig en hebben een dubbelgezaagde rand. De zijnerven van de eerste orde zijn tot aan de bladrand ongedeeld. De bladvoeten zijn rond of hartvormig en de bladtoppen spits. Waar een gesnoeide beuk 's winters de dode, bruine bladeren laat hangen, is de haagbeuk min of meer kaal. De haagbeuk loopt echter weken eerder uit dan de beuk.
Verspreiding
De boom komt van nature voor in West-, Midden- en Zuid-Europa en in West-Azië.
In België is de haagbeuk zeer algemeen in het Lotharings district. Elders is ze algemeen, maar zeldzaam in het maritiem district, het Vlaams district en het Kempens district. De haagbeuk ontbreekt in de Hoge Ardennen. In Herentals staat de haagbeuk in het wapenschild. De haagbeuk, die vroeger ook wel Hekelteer of Heern werd genoemd, ligt aan de oorsprong van de naam 'Herentals'.
In Nederland is de haagbeuk algemeen in Limburg (Zuid-Limburg), delen van Gelderland, en delen van Noord-Brabant, namelijk de Kempen.
Ecologie
De haagbeuk komt in het wild in diverse bosbestanden voor. Hij geeft de voorkeur aan vochtige, voedselrijke en vaak kalkrijke bodems.
Plantengemeenschap
De haagbeuk is een kensoort voor het Eiken-haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum).
Insecten
De haagbeuk is een belangrijke waardplant voor de gewone meikever (Melolontha melolontha). Volwassen kevers voeden zich met de bladeren en de bloemen. De plant speelt tevens een belangrijke rol in de voortplanting van de kever. Mannelijke kevers zouden sterk gevoelig zijn voor de geur van alcoholen die vrijkomen uit door vraat beschadigde bladeren (cis-3-hexenol, (E)-2-hexen-1-ol en hexan-1-ol). Zo kunnen ze efficiënt op zoek naar de locatie van mogelijke partners waar die aan bladeren vreten. Vrouwtjes zijn niet gevoelig voor de verbindingen.
De bladeren van de haagbeuk vormen eveneens een voedselbron voor een groot aantal larven van vlinders. Zo is de boom een waardplant voor larven van het diamantborsteltje (Acleris cristana), de haagbeukmot (Agrotera nemoralis), de witte grijsbandspanner (Cabera pusaria), de heksenmutskokermot (Coleophora ahenella), de witte meidoornkokermot (Coleophora anatipenella), de okervlerkkokermot (Coleophora currucipennella), de lichte groenglanskokermot (Coleophora fuscocuprella), de spatel-berkkokermot (Coleophora milvipennis), de okergrijze kokermot (Coleophora orbitella), de bruingrijze kokermot (Coleophora serratella), de grote bladkokermot (Coleophora siccifolia), de hazelaaruil (Colocasia coryli), de satijnen spikkelspanner (Deileptenia ribeata), de kleine zomervlinder (Hemithea aestivaria), de zandlopermot (Hypatima rhomboidella), de melkwitte zomervlinder (Jodis lactearia), de kleine wintervlinder (Operophtera brumata), Pamphilius marginatus, de vierkantspikkelspanner (Paradarisa consonaria), de geelbruine bandspanner (Plagodis pulveraria), het herculesje (Selenia dentaria), de hazelaarmineermot (Stigmella floslactella), de maagdelijke mineermot (Stigmella microtheriella), de vroege blokspanner (Trichopteryx carpinata), de witvlekspitskopmot (Ypsolopha parenthesella) en de gestippelde houtvlinder (Zeuzera pyrina).
Vogels
Onder meer de appelvink en de boomklever zijn in de herfst dol op de zaden van de haagbeuk.
Zoogdieren
Ook bosmuizen en hazelmuizen doen zich vaak te goed aan de nootjes van de haagbeuk.
Gebruik
De haagbeuk wordt vaak aangeplant als laanboom. De haagbeuk kan goed gesnoeid worden en is daardoor zeer geschikt als haagplant. Ook de beuk (Fagus sylvatica) wordt als haag gebruikt, wat door de Nederlandstalige naamgeving verwarring kan opleveren. Een beukenhaag is iets anders dan een haagbeukenhaag. De haagbeuk kan veel beter tegen wisselende waterstanden dan de beuk. Op klei is daarom de haagbeuk al gauw een betere keuze.
Het hout is bijzonder splijtvast. Het wordt gebruikt voor hakblokken, heien en stampers in een oliemolen, kammen in molenwielen, gereedschap, en als imitatie-ebben voor piano's. Het hout is hard en taai. Het heeft een fijne nerf maar werkt veel en is gevoelig voor aantasting door houtworm.
Externe links
- Haagbeuk in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Haagbeuk (Carpinus betulus) op SoortenBank.nl (gearchiveerd) (gebaseerd op de Heukels23, dit is de voorlaatste uitgave)
- Haagbeuk in Ecopedia
- Haagbeuk in Flora van Nederland
- Kaarten met waarnemingen:
- België
- Nederland
- wereldwijd
(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)