(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)
De duindoorn (Hippophae rhamnoides) is een tweehuizige struik: er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. De plant wortelt zowel horizontaal als verticaal. De plant komt in Nederland (Hippophae rhamnoides subsp. rhamnoides) van nature vooral voor in open, kalkrijke duinen. De duindoorn is een xerofyt; ook is de soort goed bestand tegen zout en het stuiven van het zand. In Centraal-Azië (Hippophae rhamnoides subsp. carpatica) groeit de plant in woestijn-achtige omgevingen, in de Alpen (Hippophae rhamnoides subsp. fluviatilis) in open land en aan rivieroevers.
Ecologie
Duindoorn leeft in symbiose met een bacterie van het geslacht Frankia die in wortelknolletjes stikstof bindt. Dit proces vindt vooral plaats in jonge wortels. Door de stikstoffixatie is er lokaal meer stikstof in de grond waardoor men vaak stikstofminnende (nitrofiele) planten als brandnetels onder de duindoorn vindt. De duindoorn wordt in zijn milieu tien tot vijftien jaar oud waarna zijn plaats ingenomen wordt door opvolgende plantensoorten.
De zaden komen alleen daar tot ontwikkeling waar de bacterie in de grond aanwezig is, alhoewel het zaaien in vermiculiet een bijna 100% opkomst van de zaden geeft. Duindoorn vermeerdert zich ook door uitlopers.
Duindoorn is een waardplant voor een groot aantal vlindersoorten: Acleris hippophaeana, zwartstipvlinder (Agrochola lota), perentak (Apocheima pilosaria), groentje (Callophrys rubi), hyena (Cosmia trapezina), grote wintervlinder (Erannis defoliaria), bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea), Hyles hippophaes, tweestreepvoorjaarsuil (Orthosia cerasi), populierenwespvlinder (Paranthrene tabaniformis synagriformis), Semiothisa alternaria, appelglasvlinder (Synanthedon myopaeformis) en de micronachtvlinder Gelechia hippophaella.
Syntaxonomie
De duindoorn is een kensoort voor het liguster-verbond (Berberidion vulgaris).
Samenstelling bessen
De bessen zijn zuur en rijk aan vitamine C, vitamine E, carotenoïden, flavonoïden, plantensterolen, lignanen en mineralen. De bes is rijk aan olie zowel in de zaden (zaadolie) als in de zachte delen van de vrucht (pulpolie). Het vruchtvlees bevat tussen de drie en vijf procent olie. De zaden bevatten ongeveer 10% olie, terwijl het oliegehalte in de zachte delen over een veel breder bereik varieert (0,5 tot 10%), grotendeels afhankelijk van de oorsprong en variëteiten.
In de winter kunnen de bessen gaan gisten, hierdoor kunnen vogels als de spreeuw, lijster en kramsvogel dronken worden.
Duindoorn als landbouwgewas
Duindoorn wordt in diverse landen landbouwkundig verbouwd. Voordat zaailingen vruchtdragende struiken zijn, verlopen 6 tot 8 jaren.
In Siberië en de Volksrepubliek China wordt de duindoorn gekweekt vanwege de vitaminerijke bessen. In Tsjechië wordt van de bessen van de duindoorn ijs vervaardigd en ook in ijssalons verkocht. In Frankrijk wordt in het district Alpes-Maritimes, in het dal van de Durance duindoorn verbouwd, aldaar argousier genoemd. In Duitsland liep in de voormalige DDR van circa 1960 tot 1980 een grootschalig, matig succesvol experiment met aanplant van dit gewas. Thans zijn hiervan enkele kleine percelen bewaard gebleven, o.a. bij Ludwigslust. Duindoornbessen worden in verschillende vormen en in combinatie met andere producten in enkele landen ook aan pluimvee (India) en andere dieren (Verenigde Staten) gevoederd.
In al deze landen wordt duindoornolie gebruikt als cosmeticum of als ingrediënt voor jam, marmelade, siroop, likeur of andere drank.
De duindoorn is niet geschikt voor kleine particuliere tuinen, omdat hij geneigd is zich door middel van uitlopers sterk uit te breiden, waardoor andere planten worden verdrongen.
Duindoorn is als landbouwgewas gevoelig voor talrijke plagen, o.a. de duindoornboorvlieg en de rups van de bastaardsatijnvlinder (met brandharen vergelijkbaar met die van de eikenprocessierups). Ook is de plant vatbaar voor diverse schimmelziektes, die vooral in China veel van de jaarlijkse oogst aan duindoornbessen verloren doen gaan.
Duindoornolie
Duindoornolie ("Oleum Hippophaes") kan worden gewonnen uit de zaden of uit pulp van de bessen van de duindoorn. Oliën van duindoorn zaden en pulp verschillen aanzienlijk in vetzuursamenstelling. Terwijl linolzuur en alfa-linoleenzuur de belangrijkste vetzuren in de zaadolie zijn, bestaat olie uit de pulp van duindoorn voor circa 65% van het enkelvoudig onverzadigde vetzuur palmitoleïnezuur (een omega-7-vetzuur) en het verzadigde vetzuur palmitinezuur gecombineerd. Weinig andere plantaardige olien bevatten een soortgelijke hoeveelheid van deze vetzuren. De olie van zowel de zaden als van de pulp is rijk aan tocoferolen, tocotrienolen en plantensterolen. Bovendien bevat de pulpolie veel caroteen en carotenoïden
Duindoornolie wordt ingezet voor symptoomverlichting bij mensen met droge slijmvliezen. De vette olie zou wondgenezing bevorderen. Experimenteel gebruik bij atopische dermatitis had geen overtuigend effect. In Centraal-Europa wordt de zaadolie gebruikt in cosmetische producten. In Mongolië, Rusland en China, wordt de pulpolie uitwendig gebruikt om brandwonden te behandelen ten gevolge van straling en in Oost-Europa bij de behandeling van stralingsschade als gevolg van röntgenstraling of zonnebrand.
Afbeeldingen
Zie ook
Externe link
- Duindoorn (Hippophae rhamnoides) op SoortenBank.nl (gearchiveerd) (gebaseerd op de Heukels23, dit is de voorlaatste uitgave)
(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)