(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)
De inktviszwam (Clathrus archeri) is een saprotrofe schimmel uit de familie Phallaceae (stinkzwammenfamilie). De soort is van oorsprong afkomstig uit Australië en Nieuw-Zeeland, maar heeft zich sinds het begin van de twintigste eeuw over een groot deel van Europa verspreid.
De opvallende Nederlandse naam verwijst naar de rode, tentakelachtige armen van het rijpe vruchtlichaam. Zoals bij andere stinkzwammen wordt een sterk ruikende gleba gevormd, waarmee vliegen en andere insecten worden aangetrokken die bijdragen aan de verspreiding van de sporen.
Taxonomie
De soort werd door de Britse mycoloog Miles Joseph Berkeley oorspronkelijk beschreven als Lysurus archeri. Het materiaal waarop de beschrijving was gebaseerd was afkomstig uit Tasmanië. De naam werd gepubliceerd in 1859 (in een werk dat in 1860 verscheen). In 1886 plaatste Eduard Fischer de soort in het geslacht Anthurus als Anthurus archeri. Deze naam is lange tijd in de Europese literatuur gebruikt. Donald M. Dring bracht de soort in 1980 onder in het geslacht Clathrus, waardoor de huidige naam Clathrus archeri ontstond.
Tot de synoniemen behoren onder andere Lysurus archeri Berk., Anthurus archeri (Berk.) E. Fisch., Aserophallus archeri (Berk.) Kuntze en Pseudocolus archeri (Berk.) Lloyd.
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
Het jonge vruchtlichaam ontwikkelt zich gedeeltelijk onder de grond als een kogel- tot peervormig zogenoemd duivelsei. Dit is ongeveer 3,5–4(–5) cm breed en 2,5–3(–5) cm hoog. Aanvankelijk is het witachtig, maar later kan het grijsbruin tot lichtbruin worden en soms een violette tint krijgen.
Bij rijpheid scheurt het omhulsel open en komt een rood vruchtlichaam naar buiten. Dit splitst zich gewoonlijk in vier tot acht spits toelopende armen van ongeveer 5–10(–15) cm lang. De armen zijn aanvankelijk soms aan de toppen met elkaar verbonden, maar buigen later naar buiten, waardoor het vruchtlichaam zijn karakteristieke ster- of inktvisachtige vorm krijgt.
De binnenzijde van de armen is vleeskleurig rood tot karmijnrood en gedeeltelijk bedekt met een kleverige, donker olijfkleurige gleba. Deze sporenmassa verspreidt een sterke geur die aan aas of rottend vlees doet denken. De geur trekt vooral vliegen aan. Deze nemen de kleverige gleba met de sporen op en dragen zo bij aan de verspreiding ervan.
Microscopische kenmerken
De sporen zijn kleurloos, glad en smal elliptisch en meten ongeveer (5,5–)6–7 × 2–2,5 µm. De basidiën in de gleba zijn knotsvormig en dragen doorgaans zes sterigmen.
Ecologie
De inktviszwam leeft saprotroof van dood organisch materiaal. In Nederland wordt de soort onder meer gevonden op voedselrijke, humusrijke bodems, in parken en plantsoenen, wegbermen en langs loofbossen. Ook houtsnippers en vermolmd hout vormen geschikte substraten. De soort heeft een voorkeur voor kalkarme bodems.
Vruchtlichamen verschijnen voornamelijk in de zomer en herfst. Bij een twintig jaar gevolgde populatie tussen Elsloo en Bunde werden vruchtlichamen van juni tot oktober aangetroffen, met de grootste aantallen in juli.
Verspreiding
De inktviszwam heeft zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied in Australazië. Sinds het begin van de twintigste eeuw heeft de soort zich buiten dit gebied gevestigd. Rond 1920 werd hij in de Vogezen in Frankrijk waargenomen, waarna een geleidelijke verspreiding over Europa volgde.
Hoe de soort Europa precies heeft bereikt is niet met zekerheid bekend. Als mogelijke introductieroutes zijn de invoer van Australische wol en transporten vanuit Australië tijdens de Eerste Wereldoorlog genoemd. Vanuit West-Europa heeft de soort zich vervolgens naar grote delen van Centraal-, Noord- en Oost-Europa uitgebreid.
Nederland
De eerste gedocumenteerde Nederlandse vondst dateert van 5 september 1973. V. Dozy vond de inktviszwam bij Elp in Drenthe, in een weinig betreden gedeelte van een landgoed. De vondst werd een jaar later door N.J.L. Jansonius en G. Otto gepubliceerd als een voor Nederland nieuwe soort.
In 1980 werd een groeiplaats ontdekt in een hellingbos tussen Elsloo en Bunde in Zuid-Limburg. Deze populatie werd vervolgens twintig jaar gevolgd. In die periode werden meer dan 2.500 vruchtlichamen geregistreerd, waarbij de soort zich vanaf de oorspronkelijke groeiplaats geleidelijk over aangrenzende hellingen verspreidde.
Sinds de eerste Nederlandse vondst heeft de soort zijn verspreidingsgebied verder uitgebreid. Volgens de NDFF Verspreidingsatlas is de inktviszwam tegenwoordig 'vrij zeldzaam' in Nederland. Deze classificatie is gebaseerd op gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023. Op de Nederlandse Rode Lijst van paddenstoelen wordt de soort beschouwd als thans niet bedreigd.
(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)