(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)
Bosanemoon (Anemone nemorosa) is een plantensoort uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
Determinatie
Bosanemoon is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 10–25 cm. Het is een geofyt die dicht tegen het grondoppervlak kruipende wortelstokken vormt met witte knoppen. Op de wortelstok staan de bladeren. Bosanemoon groeit meestal in grote groepen. De planten hebben drie hoogtebladeren op de bloemstengels met witte bloemen.
Bloemen
Bosanemoon bloeit van maart tot en met mei. De bloemen zijn tweeslachtig. De bloeistengels dragen meestal maar één bloem, zelden zijn het er twee. De halfknikkende tot rechtopstaande bloemen zijn wit, vaak iets roze of paars aan de onderkant en 2–4 cm groot. Meestal hebben de bloemen zes tot acht kale bloemdekbladen, soms tot twaalf. De omwindselbladen hebben een 1–2 cm lange steel en zijn 2–4 cm lang.
De bloemen hebben een groot aantal meeldraden met gele helmknoppen en een groot aantal stampers.
Vrucht en zaad
De vrucht van bosanemoon is een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden, die een mierenbroodje hebben, worden door mieren verspreid. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). De kiemplant heeft twee kiemblaadjes.
Bladeren
De drie stengelbladen zijn hoogtebladen, zijn gesteeld en bijna tot de voet gedeeld in drie of vijf langwerpig-eironde grof gezaagde slippen. De echte bladeren, de wortelbladeren komen meestal pas na de bloei tevoorschijn en zijn bij de top behaard.
Ecologie
Bosanemoon groeit vaak op lemige, kleiige of sterk humeuze bosbodems met in het winterhalfjaar hoge grondwaterstanden. De overblijvende plant met groeit vooral in loofbos, maar wordt ook wel gevonden in houtwallen, bermen, kanaaloevers, slootkanten, langs beken en soms in hooilanden.
Syntaxonomie
In de syntaxonomie staat bosanemoon binnen de bossen te boek als kensoort voor de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond. In graslanden vindt de soort in Nederland haar optimum in de associatie van veldrus en gevlekte orchis.
Verspreiding
Het verspreidingsgebied van bosanemoon strekt zich uit over grote delen van West- en Centraal-Europa.
In Nederland is bosanemoon vrij algemeen in de duinen, in Zuid-Limburg en op de hogere zandgronden en zeldzaam in de kleigebieden; de plant ontbreekt van oudsher als natuurlijke soort in het laagveen. In laag Nederland betreft een belangrijk deel van de vindplaatsen stinzenmilieus waar de soort ooit is uitgeplant. Dat geldt ook voor alle vindplaatsen in Flevoland. Spontane vestiging is tot nu toe niet opgetreden. Klonen kunnen zich zijdelings met 1 m per jaar uitbreiden, maar zaadvorming en verspreiding is zeldzaam. Bosanemoon op haar natuurlijke groeiplaatsen staat te boek als indicator voor oud bos; het kan hier samen groeien met andere indicatoren als schedegeelster (Gagea spathacea), ruige veldbies (Luzula pilosa) en heelkruid (Sanicula europaea). Waar bosanemoon in houtwallen groeit, gaat het om oude wallen. Waar de plant buiten het bos groeit, gaat het vaak om locaties waar vroeger bos stond of houtwallen lagen.
Voor België wordt de soort voor boven de 300 m in graslanden opgegeven.
Toepassingen en ziekten
Rond 1912 werden groeiplaatsen van bosanemoon bedreigd doordat het publiek de plantjes massaal plukte. D.J. van der Ven voerde hiertegen (en tegen het plukken van andere plantensoorten) actie in De Levende Natuur.
De plant wordt vaak als sierplant toegepast, waarbij er verschillende cultivars zijn. De planten met gevulde bloemen zijn daar een voorbeeld van.
De plant kan geïnfecteerd worden door de anemonenbekerzwam en bosanemoon-lijsterbesroest.
Fotogalerij
(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)